Als ik een Amaryllis zie, moet ik aan mijn bomma denken. Je kon haar geen groter plezier doen dan haar een bol kopen waar de plant nog maar een paar millimeter was "uitgekropen". Wekelijks, -of voor mijn vader dagelijks, want hij sprong elke dag wel bij zijn moeder binnen- kreeg je dan verslag hoeveel centimeter de Amaryllis wel was gegroeid. In mijn herinnering nemen die planten bovenmenselijke proporties aan, beetje evenredig met de trots waarmee mijn bomma over haar bloem sprak.
En nu kreeg ik er zelf een; mijn nicht Kris, ook een kleindochter van diezelfde bomma, bracht me er vorige week eentje mee. We babbelden over vanalles, maar ook nog eens over de bomma. Dat vond ik bijzonder fijn, want er is verder niet écht nog iemand waarmee ik kan praten die haar goed gekend heeft. Mijn moeder ja... maar die heeft geen goeie herinneringen aan haar schoonmoeder én natuurlijk mijn vader. Vreemd genoeg heeft hij er geen behoefte aan, al had hij een goeie relatie met zijn moeder. Maar als ik over haar wat zeg, duurt het nooit lang of hij vervalt in stilzwijgen, of hij begint over iets anders. Meestal over de vraag "wat we eten vanavond". Ja, daar sta je dan, he... :-)
Ik hield erg veel van mijn bomma. Was blij dat ze erg oud mocht worden, al was dat de laatste jaren van haar leven ook " te lang": pakweg tot haar negentig was dat ok, maar de laatste vier jaren, in een geheugennevel waarin ze niemand meer herkende.. dat had niet per se nog gehoeven...
Ik zie de Amaryllis en denk aan haar. En zo is het goed.
Bedankt Krisje, je cadeautje was superfijn :-)

0 reacties:
Een reactie plaatsen